Annette Spijker is een Amsterdamse die door de Nederlandse overheid is gedetacheerd bij de Vandiesel Company.

Ze groeit op in de wijk Oud-West, net buiten het centrum van Amsterdam. Ondanks haar moeilijke jeugd is ze altijd de primus van de klas.
Al van jongs af is ze geboeid door de kleinste deeltjes van het universum en hoe die aangetrokken worden tot elkaar en dan weer nieuwe verbindingen vormen.

Eén van die verbindingsvormen waar ze interesse voor heeft, is het contact met jongens van haar leeftijd. Door het feit dat ze altijd al voor zichzelf is moeten opkomen, is ze ook vrij direct in haar toenaderingspogingen tot jongens. Na een aantal rampzalige pogingen besluit ze echter om zich volledig te concentreren op de wetenschap en daar blinkt ze steeds meer in uit.

Toen ze amper een jaar oud was is haar moeder er onderuit getrokken. Ze is opgegroeid met haar twee broers opgegroeid bij haar vader. Op haar achttiende is ze op kamers gaan wonen en moet ze haar eigen boontjes zien te doppen. Eindelijk, denkt ze, nu kan ik mijn eigen weg gaan. Ze schrijft zich in aan de Universiteit van Amsterdam voor de opleiding Scheikunde en informeert meteen naar de mogelijkheden om op kamers te gaan. Zo komt ze terecht in een huis in de Rode Kruislaan, waar ze drie jaar zal verblijven. Een wereld gaat voor haar open: leeftijdsgenoten die hetzelfde doel hebben, lessen die haar mateloos interesseren en professoren die begeesterd zijn door hun vak.

Naast haar studies heeft ze wel een baan nodig, om alles zelf te kunnen blijven betalen. Via Steve, een medestudent die bij haar op kamers zit, komt ze terecht bij de firma Watch. Steve werkt al twee jaar voor deze bewakingsfirma en zorgt ervoor dat Annette aan de slag kan als nachtwaker. Zo kan ze ’s nachts werken en overdag naar de les gaan of studeren. Door het werk als nachtwaker komt ze ook in contact met een heel andere wereld. Een duistere wereld met schimmige figuren en grenzen die niet altijd duidelijk zijn. Soms weet ze niet wie aan welke kant staat. Ze krijgt in die tijd, zowel letterlijk als figuurlijk, een paar rake klappen maar komt er uiteindelijk sterker uit.

Ze houdt wel van een stevige borrel, maar ze voelt zich toch meer in haar sas in het Scheikunde Lab. Samen met Steve werkt ze zelf experimenten uit en ontwikkelt ze een nieuwe methode om moleculen te bestuderen.

De ervaring en successen in het lab geven haar meer zelfvertrouwen om een nieuwe stap in de richting van de mannen te zetten. Annette is intussen een roodharige, wulpse, jonge vrouw geworden met een gezonde dosis realiteitszin en dito ervaring.

Na het afstuderen gaan Annette en Steve elk hun eigen weg, tot ze op een dag door hem wordt opgebeld met de vraag of ze voor de Nederlandse federale recherche wil werken. Annettes hart maakt een sprongetje en ze zegt meteen ja.

De daaropvolgende maanden zijn zalig voor haar. Ze werkt zich te pletter, maar zit elke dag van ’s morgens tot ’s avonds bij Steve in het lab. Ze analyseren allerlei materiaal dat de rechercheurs bij elkaar geraapt hebben op plaatsen waar criminele feiten hebben plaatsgevonden. Bij elk contact met de veldwerkers ziet ze de bijna smekende blik om een spectaculair resultaat en soms kan ze dat ook waarmaken.

Na ongeveer een half jaar vraagt Steve haar of ze met hem wat wilt gaan drinken. Annette voelt haar hart nu een grote sprong maken.

De avond in het gezellige café is echter een teleurstelling van formaat, want Steve vroeg Annette alleen maar uit om goede raad te krijgen voor zijn aanzoek bij zijn vriendin. Annette barst in tranen uit en loopt het café uit. Ze keert nooit meer terug naar het lab en wil meteen ontslag nemen bij de recherche.

Haar overste heeft in de gaten wat er aan de hand is en stelt haar voor om in België undercover te gaan werken bij een bizarre maar wel ‘hoog aangeschreven’ club. Op die manier geraakt hij haar toch niet helemaal kwijt.

Annette stemt hiermee in en komt op die manier terecht bij de Vandiesel Company.